(Interview en fotografie) Vier jaar geleden kreeg Stefan (28) kanker. Zo ging hij daar mee om.

“Het is maandag 15 juli 2013. Stefan Vink-Du Preez (24) zit tegenover de internist in het Radboud UMC in Nijmegen. Hij is nog steeds verrast over de haast van alles. Via een computerscherm laat de internist de uitslagen van de scans zien. Stefan observeert zijn rechterschouder waarin een groot aantal gloeiende witte klodders zich nestelde. Dan richt hij zich tot zijn vrouw Juan-Mari die naast hem zit: ‘Nu ken je me pas echt van binnen en buiten.’

De donderdag daarop zitten ze er weer. Er bestaat geen twijfel meer: Stefan heeft Hodgkin, een vorm van lymfeklierkanker. Stefan en Juan-Mari hadden dit ergens al zien aankomen. ‘We hebben van alles gelezen op het internet en toen Stefan mij de knobbel onder zijn rechteroksel liet zien, had ik net een tentamen over het lymfestelsel van de mens achter de rug. Ik vertrouwde het niet.’ Juan-Mari studeert laboratoriumonderwijs. In een paar weken tijd ondergaat Stefan een echo, een röntgenfoto van zijn longen, een bloedtest en een CT-scan. Daarop volgt nog een PET-scan en een operatie voor de biopsie van de knobbel onder zijn oksel en een tweede knobbel die de huisarts in zijn hals ontdekt.

Hij heeft een kans van 95 procent dat hij over acht jaar nog leeft. Stefan beseft dat er ook een kans bestaat dat hij de kanker niet zal overleven. ‘Dat vind ik geen fijne gedachte, maar daar blijf ik niet bij stilstaan. Ik vertrouw op God, want zelfs al ga ik dood, dan kom ik nog goed terecht in de hemel.’ De komende weken volgen er nóg meer onderzoeken en afspraken om de behandelingen voor te bereiden. Tijd om over alles na te denken, is er niet. ‘We zetten de overlevingsstrategie in.’

…” (1394 woorden totaal)

Lees hier het volledige artikel op het platform van Dag6

Tekst en beeld: Deborah de Meijer