(Artikel) Heb ik last van een ‘chemobrein’?

Wacht, wat stond er in de vorige zin? Waar heb ik mijn mobiel gelaten? Oeps, moest ik een uur geleden iets publiceren? Na een mini-hartaanval haal ik adem, er is niets aan de hand. Alles verloopt volgens plan, toch is mijn brein soms nog een chaos sinds ik chemotherapie heb ondergaan. Of mag ik zeggen, mijn ‘chemobrein’?

Ik was 21 jaar en had Hodgkin, een vorm van lymfeklierkanker. In een halfjaar tijd mocht ik twaalf keer op de chemostoel zitten. Tijdens het laatste uur van een chemokuur stonden mijn aderen telkens opnieuw in brand, de littekens lees je nog van mijn armen. Dat was een fysiek en mentaal gevecht. De enige gedachte die mij hierdoorheen hielp was: Ik vecht mét God tegen kanker; de vijand. Én, God weet al wie deze strijd wint, want God heeft de wereld overwonnen (Johannes 16:33). Ik moest alleen nog heel even op mijn tanden bijten. En dan mocht ik kotsmisselijk naar huis.

 ‘De letters dansten voor mijn ogen’

De eerste maanden van mijn ziekteperiode studeerde ik op mijn ‘niet-misselijke-dagen’ vanuit huis nog half vrolijk door, maar daarna lukte het niet meer. Mijn lichaam en geest waren uitgeput. Ik kon niet meer lezen, de letters dansten voor mijn ogen. Series kijken lukte ook amper, ik zag de beelden dubbel. Sociaal isoleerde ik me zoveel mogelijk, want praten kostte mij te veel energie. Buiten wandelen werd me aangeraden, maar na twintig meter zakte ik door de buikpijn al in elkaar. Zelfs denken was een enorme opgave, maar als het me lukte dan waren mijn gedachten bij God en bad ik voor rust. (…)”

Klik hier om het volledige artikel verder te lezen op de website van Eva.

Wil jij weten wat ik als journalist voor jou kan betekenen? Kijk dan bij ‘Info’ of neem contact met me op via het contactformulier of via deborahdemeijer@gmail.com

(Column) Op ‘raambezoek’ bij mijn pasgeboren neefje Daan

Als trotse tante stond redacteur Deborah voor het keukenraam van haar zus Mirthe en schoonbroer Laurens. Ze keek naar binnen. Daar lag haar pasgeboren neefje Daan in de armen van Laurens. Door Corona-maatregelen mocht het kersverse gezinnetje geen kraambezoek ontvangen, maar gelukkig mocht Deborah wel op ‘raambezoek’.

De corona-maatregelen werden in Nederland op donderdag 12 maart, vier dagen voordat Mirthe moest bevallen, aangescherpt. De kraamorganisatie bracht als reactie op deze maatregelen een belangrijk bericht naar buiten: ontvang geen kraambezoek “om de kans op besmetting met het Coronavirus zo klein mogelijk te maken”. Een maatregel in het belang van de veiligheid van de kraamverzorgers, als ook voor de ouders en de pasgeboren baby zelf. Als er in de kraamtijd bezoek zou komen, zou de kraamhulp per direct stoppen. 

‘Als familie wil je zo’n bijzonder moment samen vieren.’

Op maandag 16 maart brak het moment aan waar ik, Deborah, als toekomstige trotse tante maandenlang naar uitkeek. Mijn neefje Daan Jesse werd geboren. Ik baalde dat ik hem niet kon bezoeken, en ik was natuurlijk niet de enige. Als familie wil je zo’n bijzonder moment samen vieren. De volgende dag had Mirthe een kolf nodig. Laurens’ zus had er nog eentje liggen en bracht hem naar hen toe. Ze legde de kolf voor de deur, maar mocht natuurlijk niet binnen komen. “Anders laat je Daan toch even door het raam zien,” zei de kraamverzorgster. (…)”

Klik hier om het volledige artikel verder te lezen op de website van Eva.

Wil jij weten wat ik als journalist voor jou kan betekenen? Kijk dan bij ‘Info’ of neem contact met me op via het contactformulier of via deborahdemeijer@gmail.com